Interview

Eigenlijk ben ik nog steeds het jongetje met een schetsblok en een potloodje. Creativiteit overbrengen, dat is de kern. Ik wil sparren met cliënten. Het karakter van een huis raakt mensen, het is zo persoonlijk.

Op mijn vijfde kon ik al goed tekenen. Het bootjes tekenen werd bootjes bouwen, van papier en karton. En ik bouwde huisjes voor mijn buurjongen die een modeltrein had, een jaar of tien was ik toen. Op de middelbare school kreeg ik extra tekenlessen omdat ik dat graag wilde. Ik wist dat ik iets met vormgeving wilde doen en eenmaal op de kunstacademie was meteen duidelijk dat het interieurarchitectuur moest worden. Omdat het zo concreet was, dat bouwen. Het heeft een begin en een eind.

Als interieurarchitect werk ik van binnen naar buiten. Ik begin bij wijze spreken bij de plek waar iemand ’s ochtends z’n koffie drinkt en ga door tot en met het bekijken of de muren wel goed staan. Misschien moet er een pui uit, of moet er een daklicht komen. Een vloer laten zakken, muren eruit? Het binnenstromend licht is heel belangrijk. Zoveel mogelijk ramen, dat wil ik. Licht is belangrijk voor de sfeerbeleving en geeft ook nog eens een positief gevoel. En dan is er nog het kunstlicht. De sfeer die je overdag hebt, wil je ’s avonds minstens zo mooi.
Ik coach de cliënt. Ik help hen hun karakter te ontdekken, hun stijl. Die wil ik doorgronden. Ik ga samen met hen op zoek naar hun persoonlijke stijl en die vertaal ik naar eigentijds wonen. Voor bedrijfsopdrachten werk ik analoog. Hun persoonlijke stijl vertaal ik naar eigentijds werken. Een interieur is een nieuwe jas, een extra huid. Tailor-made moet het zijn, als een kleermaker ben ik bezig om die extra jas op maat te maken. Een huis is een persoonlijk paradijs, dat creëer ik voor én met de cliënt. Daarom zijn de resultaten heel uiteenlopend; van klassiek tot modern tot een heel sterk design gericht gevoel.

De samenwerking heeft met vertrouwen te maken, je moet samen tot de kern komen. Ik leg cliënten niets op. Ik wil ze meenemen naar hun einddoel, een doel wat ze nog niet kennen en wat ze zelf moeten ontdekken. Daar help ik bij. Hoe ik dat doe is bij iedereen weer anders. Soms laat ik veel voorbeelden zien, of maak ik schetsen. Soms ga ik shoppen met mijn klant.

Het is heel verschillend. Soms vinden mensen het prettig om samen de accessoires uit te zoeken, anderen doen de grote stukken liever zelf. Ik vind het allebei leuk.

Op basispunten hou ik liefst zelf de regie. De lichtinval, ruimtelijke indeling, het lichtplan voor ’s avonds, misschien een paar belangrijke grote basiselementen zoals een sofa, eettafel, grote kasten. Hoe kleiner het wordt, hoe persoonlijker het vaak is. Qua kunst? Die keuze maak ik het liefst samen. Daarin coach ik mensen ook graag. Soms gaan we samen naar galeries. Of we zoeken een kunstenaar uit die werk in opdracht maakt. Hebben ze al een bestaande collectie dan werp ik mij graag op als conservator. Kunst is zo belangrijk voor de totaalbeleving.

Een interieur moet comfortabel zijn. Gerieflijk wonen of werken, daar gaat het om. Design vind ik daaraan ondergeschikt. Bij de eerste afspraak met cliënten zie ik in één oogopslag al oplossingen voor hun huis. Oplossingen waardoor de cliënt blij wordt en waardoor het huis er ook wat aan heeft. Kijk, mensen wonen een jaar of tien ergens, maar een huis staat er honderd jaar. Ik vind dat ik ook iets verplicht ben aan de architectuur van het huis. Dat ik onvolkomenheden aan een huis wil veranderen, is een onderbuikgevoel, zoals ik een tafel recht wil zetten. Mijn aanpak is: de wensen en dromen van de cliënt samenbrengen met het oorspronkelijke karakter van het huis. Ik geniet ervan dat het eindresultaat vaak een eyeopener is voor mensen. En vooral: dat ze er gelukkig mee zijn.

Hoe ik werk? Zo’n drie weken na de eerste ontmoeting heb ik een schetsplan. Dat bespreek ik met de cliënten en daarna pas ik het aan op details. Ik teken het uit zodat aannemers kunnen gaan rekenen voor offertes. Ik heb een netwerk van vaste mensen met wie ik werk: bouwmanagers, 3D-tekenaars, bouwkundig tekenaars, constructeurs. Als ik ze nodig heb, vorm ik een team, dat werkt geweldig.

Het allermooiste, is het moment waarop een ontwerp tastbaar wordt. In mijn halfslaap heb ik geregeld een mooie brainwave, die op dat moment alleen in je hoofd bestaat. Een halfjaar later kun je erdoorheen lopen! Dat is als vliegen. Een klein wonder, zo voelt dat elke keer weer.”